Ibrutinib is interessant gebleken bij relaps van de ziekte van Waldenström (macroglobulinemie). Vorsers hebben het nut van de combinatie van ibrutinib en rituximab onderzocht bij patiënten die nog geen behandeling hadden gekregen, en bij patiënten met relaps.
Als de tumorcellen van acute myeloïde leukemie mutaties vertonen, kun je een gerichte behandeling geven. Dat is bijvoorbeeld zo in geval van een mutatie van het isocitraatdehydrogenasegen (IDH), een mutatie die niet zo zeldzaam is.
Immunologische checkpointremmers en meer bepaald PD-1-antagonisten zijn doeltreffend gebleken bij de behandeling van een gerecidiveerd of therapieresistent klassiek hodgkinlymfoom bij patiënten die niet in aanmerking komen voor transplantatie van autologe hematopoëtische stamcellen. Er zijn echter nog geen richtlijnen die stellen bij welke patiënten die behandeling geïndiceerd kan zijn.
The Lancet publiceert gunstige resultaten van een fase II-studie met acalabrutinib in recidiverend/refractair mantelcellymfoom. In een bijhorende commentaar juichen Prashant Kapoor en Stephen Ansell deze veelbelovende bevindingen toe, maar wijzen ze ook op het belang van verder onderzoek naar de optimale strategie in de aanpak van deze aandoening.
In de SCHOLAR-1-studie werden de uitkomsten geëvalueerd van patiënten met refractair grootcellig B-cellymfoom op basis van twee uitvoerige, gerandomiseerde studies en twee academische databanken, en die bleken in deze patiëntenpopulatie ongunstig te zijn. Dat onderstreept de behoefte aan effectievere behandelingen. Het vakblad Blood publiceert de resultaten van deze analyse.
Een aantal ziekte- of gastheergerelateerde merkers werd reeds voorgesteld om de therapieuitkomst te voorspellen in recidiverend/refractair hodgkinlymfoom. Het vakblad Blood brengt de resultaten van onderzoek door Alison Moskowitz en collega’s, en een bijhorend editorial door Andrea Gallamini, waarin meten van het metabool tumorvolume met behulp van FDG-PET/CT centraal staat.
In een ‘real-world’ setting is de langetermijnuitkomst van patiënten met chronische myeloïde leukemie die tyrosinekinaseremmers krijgen excellent. Een derde van de patiënten haalt de criteria voor poging tot onderbreken van deze therapie. Dat schrijven Inge Geelen en collega’s in Haematologica.
Is PET-CT zinvol om de respons op chemotherapie te evalueren en de therapie eventueel aan te passen bij patiënten met gevorderd hodgkinlymfoom? Peter Borchmann en collega’s voerden een gerandomiseerde fase III-studie uit om dat na te gaan. The Lancet publiceerde de resultaten.
De aanwezigheid van TP53-mutaties gaat gepaard met een fenotypisch aparte en sterk agressieve vorm van mantelcellymfoom, met geen of weinig respons op schema’s met cytarabine, rituximab en transplantatie van autologe stamcellen. Dat besluiten Christian Eskelund en collega’s uit onderzoek waarvan het vakblad Blood de resultaten publiceert.
Bij patiënten met nieuw gediagnosticeerd myeloom lijkt toevoegen van bortezomib aan lenalidomide/dexamethason te resulteren in een significant betere progressievrije en totale overleving. En dat met een aanvaardbaar risicoprofiel. Zo suggereren resultaten van fase 3-onderzoek in The Lancet.
Volgens een meta-analyse zijn het responspercentage en de kwaliteit van de respons bij patiënten met een nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom (MM) hoger met combinaties die carfilzomib bevatten.
Een gerandomiseerde fase 3-studie bij volwassen patiënten met recidiverende of refractaire acute lymfoblastische leukemie (ALL) met inotuzumab-ozogamicine toonde veelbelovende resultaten, met meer complete remissie en een langere progressievrije en totale overleving ten opzichte van standaardtherapie. Weliswaar met veno-occlusief leverlijden als belangrijk neveneffect.
Toedienen van ipilimumab aan patiënten met recidiverende hematologische kankers na allogene stamceltransplantatie blijkt haalbaar en blijkt bij een aantal patiënten, ook met refractaire myeloïde kankers, te resulteren in complete remissie met enige duurzaamheid. Zo suggereert onderzoek van Matthew Davids en collega’s in the New England Journal of Medicine.
Een grootschalige studie, waarvan de resultaten in Blood gepubliceerd zijn, evalueert het risico op transformatie van nodulair lymfocyt-predominant hodgkinlymfoom (NLPHL) naar diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL). Tot de belangrijkste risicofactoren voor transformatie behoren vroegere blootstelling aan chemotherapie en betrokkenheid van de milt op het moment van de diagnose.
Toevoegen van rituximab aan een korte intensieve chemotherapie verbetert de ziektevrije overleving bij volwassenen met burkittlymfoom. Zo besluiten Vincent Ribrag en collega’s uit een gerandomiseerde, open-label, fase 3-studie verschenen in the Lancet.
GnRH-agonisten zijn de enige geneesmiddelen die de vruchtbaarheid kunnen vrijwaren bij patiënten die chemotherapie krijgen. De werkzaamheid van die behandeling is echter zeer omstreden...
Bij kinderen met immuuntrombocytopenie induceert romiplostim meer plaatjesrespons, zonder nieuwe problemen inzake veiligheid. Lopende studies zullen meer informatie brengen over de veiligheid en efficaciteit op lange termijn, en over remissie in deze populatie.
Daratumumab in monotherapie toonde een hoopgevende efficaciteit in zwaar voorbehandelde en refractaire patiënten met multipel myeloom, met een gunstig veiligheidsprofiel in deze patiëntenpopulatie.
Heterozygote mutaties in de transcriptiefactor IKAROS blijken een autosomaal dominante vorm van gewone variabele immuundeficiëntie (CVID) te zijn, die gepaard gaat met een opvallende afname van het aantal B-cellen. Dat suggereert onderzoek gepubliceerd in the New England Journal of Medicine.
[1. Institut de Duve, UCL, Brussel; 2. Ludwig Institute for Cancer Research, Brussel; 3. Dienst Hematologie, Clin. Univ. St-Luc, UCL, Brussel] Bij de meeste myeloproliferatieve syndromen en een significant aantal maligne bloedziekten is er een constitutieve activering van de JAK-STAT-weg. De onderliggende genetische afwijkingen zijn heterogeen (puntmutaties, overexpressie, zeldzame translocaties) en kunnen betrekking hebben op de verschillende componenten van die weg (receptor, JAK, STAT, negatieve regulatoren). Die weg kan dus via tal van mechanismen worden geactiveerd. Op therapeutisch vlak kan die complexiteit worden overwonnen door gebruik te maken van het beperkte aantal JAK-kinaseproteïnen (JAK1, 2, 3 en TYK2). Januskinase-inhibitoren worden gebruikt bij de behandeling van bepaalde myeloproliferatieve syndromen. Ook lopen er klinische studies om het indicatieterrein voor januskinaseremmers te verbreden. De verschillende leden van de JAK-familie spelen samen een rol bij hematopoëse en immuniteit. Gezien de gebrekkige selectiviteit van januskinaseremmers hebben ze een nauwe therapeutische range. Daarom wordt er gezocht naar nieuwe strategieën. Synergetisch combineren van januskinaseremmers en andere geneesmiddelen die gericht zijn tegen stroomafwaartse effectoren is een veelbelovend therapeutisch alternatief. Published ahead of print.
De selectieve BTK-inhibitor acalabrutinib zou een veelbelovend veiligheids- en efficaciteitsprofiel tonen bij patiënten met recidiverende chronische lymfatische leukemie (CLL), ook bij patiënten met chromosoom 17p13.1-deletie. Dat suggereert althans een ongecontroleerde, multicentrische fase 1-2-studie waarvan the New England Journal of Medicine de resultaten publiceerde.
Naast selectieve BTK-inhibitie is ook het selectief inhiberen van BCL2 veelbelovend voor patiënten met chronische lymfatische leukemie (CLL), zo schrijven Andrew Roberts en collega’s in the New England Journal of Medicine.
De aanwezigheid van minimale residuele ziekte, zoals vastgesteld aan de hand van het aantal NPM1-gemuteerde transcripties, blijkt interessante prognostische informatie te bieden die losstaat van andere risicofactoren bij acute myeloïde leukemie. Zo schrijven Ivey en collega’s in the New England Journal of Medicine.
Inzetten van een ALK-inhibitor van een volgende generatie kan resistentie tegen een vertegenwoordiger uit de eerste generatie opheffen. Zo blijkt uit onderzoek door Alice Shaw en collega’s bij een patiënt met gemetastaseerd, ALK-herschikt niet-kleincellig longcarcinoom. The New England Journal of Medicine publiceert de resultaten.
Ibrutinib blijkt superieur ten opzichte van chlorambucil in voorheen onbehandelde patiënten met chronische lymfatische leukemie (CLL), zowel inzake progressievrije overleving, totale overleving, therapierespons als verbetering van hematologische parameters. Dat suggereert Amerikaans onderzoek. The New England Journal of Medicine publiceert de resultaten.
Zich bewust zijn van een verhoogd risico op een secundaire solide tumor blijft cruciaal voor personen die overleven na hodgkinlymfoom. Dat schrijven Michael Schaapveld en collega’s op basis van Nederlands onderzoek in the New England Journal of Medicine.
Toediening van antilymfocytenglobuline beïnvloedt de overleving niet maar resulteert in significant minder chronische graft-versus-host-ziekte (GVHD) na allogene transplantatie. Dat suggereert onderzoek in the New England Journal of Medicine.
Azacitidine kan een belangrijke behandeloptie zijn voor ouderen met nieuw gediagnosticeerde acute myeloïde leukemie. Dat besluit een internationale onderzoeksgroep uit een multicentrische, gerandomiseerde fase 3-studie, waarvan de resultaten in Blood werden gepubliceerd.
Patiënten met hodgkinlymfoom in een vroeg stadium en negatieve bevindingen op PET-scan na drie cycli doxorubicine/bleomycine/vinblastine en dacarbazine (ABVD) hebben een erg goede prognose, ongeacht ze bijkomende radiotherapie krijgen of niet. Dat suggereert Brits onderzoek in the New England Journal of Medicine.
De volgorde waarin JAK2- en TET2-mutaties worden verworven, lijkt een invloed te hebben op het klinische verloop, de therapierespons, de biologie van stam- en progenitorcellen en de klonale evolutie bij patiënten met myeloproliferatieve neoplasie. Dat suggereert onderzoek door Christina Ortmann en collega’s in the New England Journal of Medicine.
Bij patiënten met recidiverend multipel myeloom resulteert toevoegen van carfilzomib aan lenalidomide en dexamethason in een significant betere progressievrije overleving, met een gunstig baten-risicoprofiel. Dat leert een interimanalyse van een multicentrische, gerandomiseerde fase 3-studie. De resultaten zijn in the New England Journal of Medicine gepubliceerd.
CD19-CAR T-celtherapie blijkt haalbaar te zijn en veilig. Het wekt een krachtig antileukemisch effect op bij kinderen en jongvolwassenen met chemotherapieresistente acute lymfoblastische B-precursorleukemie (B-ALL). Dat schrijven Daniel Lee en collega’s in the Lancet.
Allogene stamceltransplantatie is voor patiënten met multipel myeloom een behandeling met een curatief potentieel. Ondanks de afname van transplantatiegerelateerde mortaliteit door minder intense conditionering, blijven de percentages van acute en chronische graft-versus-host-ziekte hoog. Het is onduidelijk of niet-myeloablatieve transplantaties doeltreffender zijn dan autologe transplantaties. Nieuwe geneesmiddelen en strategieën voor onderhoudsbehandelingen na autologe transplantaties kunnen de noodzaak van allogene transplantaties uitstellen. Published ahead of print.
Dacarbazine noch bleomycine kun je niet zonder meer schrappen uit het ABVD-schema voor patiënten met hodgkinlymfoom in een vroeg ziektestadium. Dit schema blijft derhalve de gouden standaard voor deze patiënten.
Twee publicaties in the New England Journal of Medicine besteden aandacht aan klonale hematopoëse. Siddhartha Jaiswal en collega’s beschrijven leeftijdsgerelateerde klonale hematopoëse als frequente voorkomend en gepaard gaande met een verhoogd risico op hematologische kankers en sterfte. Volgens Giulio Genovese en collega’s zijn deze risico’s groter in aanwezigheid van somatische mutaties.
Therapie op basis van T-cellen die een chimere antigeenreceptor kregen ingebouwd gericht tegen CD19, blijkt doeltreffend te zijn in de behandeling van recidiverende en refractaire acute lymfatische leukemie. De behandeling gaat gepaard met een hoge remissiegraad, ook bij patiënten bij wie stamceltransplantatie had gefaald. Dat suggereert onderzoek dat verscheen in the New England Journal of Medicine.
Kinderen en jongeren met hematologische kankers tonen dezelfde overleving na transplantatie van één of twee doses navelstrengbloed. De transplantatie van één enkele dosis resulteerde in een beter plaatjesherstel en een lager risico op graft-versus-host-ziekte.
PET-CT zou beschouwd moeten worden als nieuwe standaard voor responsevaluatie bij folliculair lymfoom in de klinische praktijk. Dat besluiten Judith Trotman en collega’s in de Lancet Haematology.
[1. Dienst kinderhematologie en -oncologie, Clin Univ St-Luc, Brussel; 2. Dienst kindercardiologie, Clin Univ St-Luc, Brussel.] Dankzij de vooruitgang in de behandeling van kinderen met kanker kan een groot aantal kinderen genezen en de volwassen leeftijd bereiken. Chemotherapie en radiotherapie kunnen echter toxisch zijn en veroorzaken een significante morbiditeit en mortaliteit op lange termijn. Kinderen met kanker krijgen bovendien vaak transfusies tijdens de behandeling. Patiënten die veel transfusies krijgen, zoals patiënten met thalassemie, ontwikkelen vaak een aantasting van meerdere organen als gevolg van ijzeroverbelasting. Wat is de impact van ijzeroverbelasting door transfusies op kinderen die kanker overleven? Dit artikel vat kort de pathofysiologie van ijzeroverbelasting samen en bespreekt hoe we ijzeroverbelasting kunnen evalueren. Er is maar weinig onderzoek verricht naar de prevalentie van ijzeroverbelasting en de mogelijke rol ervan bij de pathogenese van lever- en hartafwijkingen op latere leeftijd. We zullen conclusies trekken uitgaande van een studie die we in ons ziekenhuis hebben uitgevoerd. Ook bespreken we het nut van een ijzerchelerende behandeling bij die patiënten. Published ahead of print.
[1. Arts-Specialist in opleiding, UGent; Radiologie, UZ Gent. 2. Radiologie, UZ Gent] Ondanks de zeer lage sensitiviteit voor detectie van osteolytische letsels, wordt conventionele radiografie nog gebruikt voor de evaluatie van het skelet bij patiënten met multipel myeloom (MM). Beeldvorming door magnetische resonantie (MRI) is nu de sensitiefste techniek voor detectie van afwijkingen in het beenmerg. Het aantal letsels op whole body MRI (WB-MRI) correleert goed met de overleving, en daarom maakt een MRI-onderzoek nu deel uit van het durie-salmon-plus-stageringssysteem. Die conventionele anatomische beenmergevaluatie met MRI is zeer gevoelig, maar heeft ook enkele beperkingen, voornamelijk bij patiënten met een diffuus patroon van beenmergaantasting. Functionele beeldvorming met dynamic contrast-enhanced MRI (DCE-MRI) voor evaluatie van vascularisatie en met diffusiegewogen MRI (DWI-MRI) voor de evaluatie van cellulariteit, kan hierbij een oplossing bieden. Door de combinatie van deze drie MRI-technieken (conventionele, DCE-MRI en DWI-MRI) worden zo tijdens één MRI-onderzoek verschillende aspecten van tumorale infiltratie in het beenmerg belicht, namelijk uitgebreidheid, vascularisatie en cellulariteit. Deze informatie is niet alleen belangrijk voor de diagnosestelling van MM maar is ook van belang bij follow-up en prognose. Preliminaire onderzoeksresultaten tonen een potentiële toepassing van deze drie technieken voor evaluatie van progressie van monoklonale gammopathie van onbekende oorsprong (MGUS) of sluimerend myeloom (SMM) naar MM. Published ahead of print.
Autologe T-cellen, die na genetische wijziging een chimeer anti-CD19-antigeenreceptor (CART19) tot expressie brengen, hebben het potentieel zich in vivo te vermenigvuldigen en meerdere maanden in de bloedbaan aanwezig en actief te blijven, met een langdurige tumorcontrole tot gevolg, bij patiënten met recidiverende of refractaire B-celneoplasmen.
Mutaties in het SF3B1-gen lijken frequent voor te komen bij patiënten met myelodysplastische syndromen. Dat concluderen Britse onderzoekers in het New England Journal of Medicine. Ze hopen dat het opsporen van deze mutaties via een eenvoudige bloedtest de diagnose van deze aandoening in de toekomst kan vereenvoudigen..
Amerikaanse onderzoekers kwamen tot de bevinding dat ponatinib sterk actief is bij zwaar voorbehandelde patiënten met Philadelphiachromosoom-positieve leukemie die resistent is aan tyrosinekinaseremmers. Ze publiceerden hun resultaten in het New England Journal of Medicine.
Een grootschalige, prospectieve en gerandomiseerde studie bij patiënten met polycythemia vera heeft aan het licht gebracht dat de groep bij wie een hematocriet < 45% werd bereikt significant minder cardiovasculaire sterfte en belangrijke trombose vertoonde dan de groep waarbij het hematocriet 45 tot 50% bedroeg. Het New England Journal of Medicine publiceert de resultaten.
Therapeutische trombocytentranfusie zou een nieuwe zorgstandaard kunnen zijn bij trombocytopenie na autologe stamceltransplantatie. Bij patiënten met acute myeloïde leukemie (AML) blijft profylactische transfusie vooralsnog de standaard. Dat schrijven Hannes Wandt en collega’s in de Lancet.
Acute lymfatische T-celleukemie (T-ALL) is een agressieve hematologische kanker die ontstaat door maligne transformatie van ontwikkelende T-cellen. Jaarlijks wordt bij ongeveer vijf kinderen per miljoen en 2-5 volwassenen per miljoen de diagnose van T-ALL gesteld.
Zes cycli intensief gedoseerd BEACOPP (Besc), gevolgd door PET-geleide radiotherapie blijkt doeltreffender en veiliger te zijn dan acht cycli van dezelfde chemotherapie. Dat besluit een internationaal onderzoeksteam uit een gerandomiseerde, open-label, non-inferioriteitsstudie waarvan de Lancet de resultaten publiceerde.
De eerste transplantatie in de Cliniques Saint-Luc werd uitgevoerd in 1974, bijna 40 jaar geleden. Sindsdien zijn er meer dan 2.000 auto- of allotransplantaties van hematopoëtische stamcellen uitgevoerd. Om dat te vieren, heeft de UCL een symposium gehouden dat werd voorgezeten door prof. Cedric Hermans, hoofd van de dienst Hematologie voor volwassenen. Frédéric Baron (ULg) presenteerde de belangrijkste problemen die kunnen rijzen bij allotransplantatie van hematopoëtische stamcellen bij volwassen patiënten.
Subcutaan toegediend bortezomib bij patiënten met een recidiverend multipel myeloom lijkt even effectief te zijn als de intraveneuze standaardtoediening, met een beter veiligheidsprofiel. Dat suggereert een gerandomiseerde fase 3-studie die verscheen in de Lancet Oncology.
De standaardbehandeling voor hodgkinlymfoom in stadium I en II berust vandaag op drie of vier kuren chemotherapie (ABVD), gevolgd door minimale radiotherapie. Redenen om af te zien van de bestraling zijn er vooralsnog niet. In tegendeel: zonder zijn de resultaten wellicht minder goed. Dat suggereert een recente studie in het International Journal of Radiation Oncology.
Continue behandeling met ruxolitinib gaat gepaard met een duidelijke en duurzame afname van splenomegalie en ziektegeassocieerde symptomen, met een verbetering van het functioneren en de levenskwaliteit en met bescheiden toxische effecten in vergelijking met de best beschikbare therapie. Een invloed op de totale overleving werd nog niet aangetoond.
De behandeling met BEACOPP versus ABVD resulteerde in een betere initiële tumorcontrole in een cohort met gevorderd hodgkinlymfoom, maar de klinische uitkomst op lange termijn verschilde niet significant tussen beide groepen. Dat schrijven Italiaanse onderzoekers in de New England Journal of Medicine.
De belangrijkste niet-hematologische bijwerking van behandeling met thalidomide en bortezomib bij multipel myeloom is perifere neuropathie (PN). Ze kan worden gecontroleerd als de arts er de nodige aandacht aan besteedt en een efficiënte preventie voorstelt, evenals een behandeling die is aangepast aan de levenskwaliteit van de patiënten. Stand van zaken met prof. Michel Delforge (Hematologie, KU Leuven).
Multipel myeloom is een kwaadaardige plasmacelaandoening. Een belangrijke complicatie van myeloom is anemie. Bijna alle patiënten krijgen op een zeker moment tijdens de ziekte te maken met anemie. De voornaamste karakteristieken van anemie bij myeloom zijn normochrome en normocytaire rode bloedcellen, hypoferremie en normale tot hoge serumferritinewaarden.
Bij personen met hodgkinlymfoom resulteert chemotherapie versus chemo- plus radiotherapie in een grotere globale overleving door een afname van de sterfte door andere oorzaken. Dat schrijven Ralph Meyer en collega’s in het New England Journal of Medicine.
Kinderen met T-celleukemie reageren na falen van de inductietherapie beter op allogene stamceltransplantatie dan op chemotherapie, terwijl kinderen met precursor B-celleukemie een beter effect lijken te hebben met chemotherapie. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek dat verscheen in de New England Journal of Medicine.
Onco-Hemato Vol. 19 Nr. 1
Schrijf u gratis in op onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws en nog veel meer ...