De jaarlijkse BADO-bijeenkomst vindt plaats op zaterdag 11 mei 2019 in Brussel. Deze meeting is multidisciplinair, open voor alle specialismen en interactief rond klinische casusbesprekingen van huidkanker.
Axillaire extramammaire ziekte van Paget is een uiterst zeldzaam adenocarcinoom van de huid. Dit artikel is een case report van een patiënte met een mammacarcinoom in de voorgeschiedenis. Er wordt verder ingegaan op de huidige literatuur, diagnose en de behandelingsopties anno 2018.
Zonnecrème met beschermingsfactor 50+ aanbrengen verlaagt de aanmaak van vitamine D door de huid significant na een enkele blootstelling aan uv B-straling, ongeacht het blootgestelde lichaamsoppervlak. Dat heeft daarentegen slechts een lichte weerslag op de plasmaspiegels van 25-hydroxyvitamine D. Waarschijnlijk is vitamine D3 vooral afkomstig van een alternatieve endogene bron, als de aanmaak ervan door de huid wordt afgeremd door een zonnecrème aan te brengen.
Patiënten met gevorderd melanoom tonen een significant betere totale overleving onder de combinatie van nivolumab met ipilimumab of onder nivolumab alleen dan onder ipilimumab alleen. Dat schrijven Jedd Wolchok en collega’s in The New England Journal of Medicine.
Adjuvant gebruik van de combinatie dabrafenib plus trametinib resulteert in een significant lager terugvalrisico dan adjuvant placebo bij patiënten met melanoom in stadium III en BRAFV600E- of BRAFV600K-mutaties. Deze adjuvante combinatie blijkt bovendien niet gepaard te gaan met bijkomende toxische effecten. Zo schrijven Georgina Long en collega’s in The New England Journal of Medicine.
Patiënten met een matige tot ernstige psoriasis krijgen vaak een systemische behandeling. Een aantal van die behandelingen heeft immunosuppressieve eigenschappen en zou kanker in de hand kunnen werken.
In welke mate wijst expressie van EGFR (Epidermal growth factor receptor) in een spinocellulair carcinoom op een slechte prognose, en moet je daar rekening mee houden bij de keuze van de behandeling?
Elektrochemotherapie wordt goed verdragen en geeft goede resultaten op het vlak van respons en van overleving bij gemetastaseerde huidmelanomen. Bepaalde factoren lijken te kunnen helpen om de kans op respons te bepalen.
Omdat ze op het vlak van recidieven en van overleving vergelijkbare resultaten oplevert als ruime lokale excisie.
Pijnlijke huidletsels en een spinocellulair huidcarcinoom na orgaantransplantatie voorspellen de sterfte.
Confocale microscopie is een niet-invasief onderzoek dat even nuttig blijkt te zijn als een punchbiopsie bij het diagnosticeren van een basocellulair carcinoom in een vroeg stadium. De ervaring van de onderzoeker is echter belangrijk.
Een internationale, multicentrische, gerandomiseerde fase 3-studie heeft twee doseringen van ipilimumab (10mg/kg en 3mg/kg) vergeleken bij 727 patiënten met een niet-reseceerbaar of gemetastaseerd melanoom (fase III of IV). De patiënten mochten al een behandeling hebben gekregen, maar geen BRAF-remmer of checkpointremmer.
Er wordt veel onderzoek verricht naar verworven mutaties die predisponeren tot de transformatie van normale huidcellen tot precancereuze cellen, maar de mechanismen van evolutie van een nog goedaardig letsel naar een agressieve kanker zijn nog niet bekend.
Het is niet heel duidelijk hoe snel je de behandeling moet starten na het stellen van een diagnose van melanoom, maar het gezond verstand zegt dat je geen tijd moet verliezen.
Bevindingen van een open label, fase 1b-studie en van een gerandomiseerde fase 2-studie suggereren een rol voor olaratumab in de behandeling van weke-delensarcoom. Dat schrijven William Tap en collega’s in The Lancet.
Een eerstelijnsbehandeling met pembrolizumab bij personen met merkelcelcarcinoom zou gepaard gaan met een objectieve respons van 56%. Zo suggereren de resultaten van een studie gepubliceerd in The New England Journal of Medicine. Respons werd zowel gezien bij viruspositieve als virusnegatieve tumoren.
Sinds de komst van BRAF-antagonisten en immunotherapie is het melanoom vaak één van de vedetten op congressen over oncologie. Dat is ook logisch gezien de indrukwekkende resultaten die worden geboekt...
In een studie, waarvan de resultaten in the New England Journal of Medicine verschenen, werd de opeenvolging van genetische afwijkingen tijdens de progressie van precursorletsel tot melanoom geëvalueerd. Volgens diezelfde studie speelt uv-straling een belangrijke rol, zowel in de initiatiefase als in de progressie van melanoom.
In dit artikel willen we wat dieper ingaan op het verband tussen melanoom en vitamine D. Vitamine D reguleert niet enkel de calcium- en fosfaatniveaus in ons lichaam. Het speelt ook een belangrijke rol in bepaalde cardiovasculaire, psychiatrische en reumatologische aandoeningen, infectieziekten, huidziekten en kanker (1, 2). Verschillende studies hebben uitgewezen dat de algemene bevolking een vitamine D-tekort heeft (< 30ng/ml) (1, 2). In ons Europese klimaat is blootstelling aan de zon de voornaamste bron van vitamine D. Daarnaast halen we deze vitamine ook uit vitamine D-rijke voeding. Maar het is aangetoond dat om vitamine D-doses > 24ng/ml te verkrijgen langdurige en intensieve blootstelling vereist is (> 12 uur per weekend) (3).
De behandeling van tenosynoviale reusceltumoren met PLX3397, een inhibitor van de CSF1-receptor, resulteert bij de meeste patiënten in een langdurige regressie van het tumorvolume. Dat suggereert onderzoek door Wainberg en collega’s in the New England Journal of Medicine.
Nivolumab is de eerste PD-1-antagonist die in Europa werd goedgekeurd. Nivolumab is geïndiceerd bij patiënten met een gevorderd melanoom, zowel als eerstelijnstherapie als bij patiënten die al een behandeling hebben gekregen.
Bij patiënten met voorheen onbehandeld, gemetastaseerd melanoom zonder BRAF-mutatie geeft nivolumab een significant betere totale en progressievrije overleving dan dacarbazine. Dat suggereren althans de resultaten van een gecontroleerde fase 3-studie die in the New England Journal of Medicine gepubliceerd werden.
Alexandra Snyder definieert in the New England Journal of Medicine een genetische verklaring voor de klinische respons op CTLA-4-blokkade in melanoom.
De combinatie van dabrafenib plus trametinib resulteert in een significant betere overleving dan vemurafenib in monotherapie bij gemetastaseerd melanoom in voorheen onbehandelde patiënten met BRAF V600E- of V600K-mutaties. En dat zonder extra toxiciteit. Dat schrijven Caroline Robert en collega’s in the New England Journal of Medicine.
Bij personen met een huidmelanoom van minstens 2mm dikte is een excisiemarge van 2cm voldoende en veilig. Dat besluit een Scandinavisch onderzoeksteam uit een gerandomiseerde multicentrische studie. The Lancet publiceerde de resultaten.
De huidige behandelingen van uitgezaaid melanoom laten de patiënten slechts weinig hoop. Geen enkele behandeling gaf tot nu toe uitzicht op een langere totale overleving. Daarbij komt dat de incidentie van uitgezaaid melanoom de laatste 3 decennia is gestegen en de mortaliteit sneller toeneemt dan die van andere kankers. De kennis van de reguleringsmechanismen van de immuunafweer wordt steeds beter, zeker wat de mechanismen betreft die een efficiënte respons van het immuunsysteem op het melanoom beperken of afremmen. Een van die mechanismen is CTLA-4 (cytotoxic T-lymphocyte associated antigen 4), een molecule die de T-celactivatie afremt. Ipilimumab is een humaan monoklonaal antilichaam dat zich kant tegen het CTLA-4 om de antitumorale immuniteit te bevorderen. Helaas zijn de bijwerkingen op de huid erg frequent. Voor de dermatoloog is het belangrijk om ze goed te herkennen, zodat hij zowel de patiënt als de oncoloog kan helpen bij het maken van de juiste behandelingskeuze.
Fase 1- en -2-studies met combinatietherapie op basis van de selectieve BRAF-inhibitor dabrafenib, en de selectieve MEK-inhibitor trametinib, toonden een significant langere progressievrije overleving bij patiënten met gemetastaseerd melanoom. Dat schrijven de auteurs in het New England Journal of Medicine.
Bij personen met klinisch lymfekliernegatief melanoom gaat SPECT/CT in combinatie met schildwachtklierexcisie gepaard met een langere ziektevrije overleving. Dat schrijven Duitse onderzoekers in het JAMA.
Er zijn aanwijzingen dat TNF-antagonisten het optreden en de groei van niet-melanocytaire huidkanker bevorderen. TNF-antagonisten zouden ook een stimulerend effect kunnen hebben op melanocytennaevi en melanoom. Die laatste gegevens zijn echter vaak afkomstig van geïsoleerde klinische gevallen, waarbij cumulatieve cofactoren een rol kunnen spelen. Grotere studies werden vooral uitgevoerd bij patiënten met reumatoïde artritis, die hun eigen risicofactoren hebben. Er zijn dus nieuwe studies nodig om het risico op huidkanker te evalueren bij patiënten die worden behandeld met TNF-antagonisten.
Verschillende epidemiologische studies tonen een verband aan tussen vitamine D-deficiëntie en de incidentie van kanker. De actieve metaboliet van vitamine D, 1,25-dihydroxyvitamine D3 of 1,25(OH)2D3, heeft inderdaad krachtige antikankeractiviteiten, zowel in vitro- als in in vivo-diermodellen. Remming van het carcinogeneseproces onder invloed van 1,25(OH)2D3 gebeurt door de transcriptie van genen te beïnvloeden die betrokken zijn in een van de vele signaaltransductiecascades die ontregeld zijn in kankercellen. Afhankelijk van het kankertype zijn er andere signaalcascades ontregeld, waardoor 1,25(OH)2D3 dus ook kankertypeafhankelijke effecten heeft. Naast reduceren van de celgroei en induceren van apoptose, onderdrukt 1,25(OH)2D3 ook angiogenese en metastase. Modulatie van de inflammatiestatus draagt verder ook bij tot de antitumorale werking. De verschillende manieren waarop 1,25(OH)2D3 interfereert met de processen die leiden tot kanker worden in dit artikel besproken.
De laatste jaren zijn er regelmatig sensibiliseringscampagnes in de media om de bevolking erop attent te maken dat zich goed beschermen tegen overmatig zonlicht een noodzaak is, net als het regelmatig laten controleren van gepigmenteerde huidvlekjes. Maar hoe wordt de impact van dergelijke campagnes gemeten?
Hoewel de bevolking steeds meer wordt gesensibiliseerd over de risico’s van de zon en ondanks de zeer gevoelige diagnosetechnieken zoals dermoscopie en de constante afname van de dikte van de melanomen bij de eerste diagnose, gebeurt het nog steeds dat diagnoses te laat worden gesteld. De prognose van uitgezaaid melanoom (stadium IV) blijft ongunstig met een overleving van hooguit 5% na 5 jaar. De behandelingen met chemotherapeutische geneesmiddelen zoals DTIC (dacarbazine), immunotherapieën zoals interferon of vaccinaties op basis van dendritische cellen, geven de patiënten slechts weinig hoop in deze indicatie. Gelukkig werden in de behandeling van uitgezaaid melanoom met BRAF V600E-mutatie significante doorbraken gerapporteerd voor een BRAF-kinaseremmer: vemurafinib.
Onco-Hemato Vol. 19 Nr. 1
Schrijf u gratis in op onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws en nog veel meer ...